Hier lees je waarom je voeten koud worden in je schoenen, wat je eerst aan de schoen en de sok verandert, hoe een warme zool werkt en hoe je hem warm houdt. Aan het eind staat wanneer koude voeten niet bij de schoen horen maar bij de huisarts.
Waar koude voeten vandaan komen
- Een schoen die te krap zit. Isolatie houdt alleen warmte vast; de warmte zelf komt van je bloed. Zit je voet klem, dan stroomt er minder bloed naar je tenen en worden ze kouder, hoe dik de zool ook is.
- Kou van onderaf. De zool onder je voet geleidt de kou van tegels, beton of bevroren grond naar binnen. Een dunne of versleten loopzool laat er veel van door.
- Vocht. Water voert warmte veel sneller af dan lucht, en zweet dat verdampt koelt nog eens extra. Een klamme voet blijft koud, ook in een schoen die goed isoleert. In een rubberlaars, die niet ademt, blijft al het vocht binnen.
- Stilstaan. Je kuitspieren pompen het bloed rond. Wie lang stilstaat, krijgt sneller koude voeten dan wie loopt.
Eerst ruimte
Ruimte om je voet is de voorwaarde waaronder alles hierna werkt.
- Kun je met de schoen aan een vinger achter je hiel steken? Lukt dat niet, dan is er geen lucht rond je voet om warm te houden, en een dikke zool maakt het erger.
- Combineer een warme zool met een dunne sok. Een dikke sok vult juist de ruimte rond je tenen op, en daar zit de warmte.
- Kies wol in plaats van katoen. Katoen zuigt zich vol en voert dan warmte af; wol houdt vocht vast in de vezel en blijft toch isoleren.
Hoe een warme zool werkt
Een zool maakt zelf geen warmte. Hij houdt de warmte van je voet vast en de kou van de grond tegen. Dat gebeurt op drie manieren:
- Wol en vacht houden lucht vast tussen gekrulde vezels of losse haren, en stilstaande lucht isoleert. Vacht heeft meer lucht en is dus warmer, maar ook dikker.
- Vilt is geperste wol: compacter dan vacht en het neemt veel vocht op in de vezel. Daarom werkt het goed in laarzen en werkschoenen met een kale binnenzool.
- Een aluminiumlaag houdt de kou van de vloer tegen. Zo kan een zool dun blijven en toch merkbaar schelen als je op een koude vloer staat. Leg hem met het aluminium naar beneden.
Sta je lang stil op beton of in de kou, dan is de kou van onderaf je grootste probleem. Wie buiten loopt bij vorst, heeft vooral een zool met veel lucht nodig.
Past de zool erin?
Bij de meeste warme zolen staat de dikte niet in millimeters vermeld. Zo test je het zelf:
- Kijk of de losse binnenzool eruit moet. Dat hangt af van de ruimte in de schoen en van wat prettig zit: is er plek voor twee lagen, dan mag hij blijven liggen; wordt het krap, dan haal je hem eruit. Kan hij er niet uit, kies dan een dunne zool.
- Gebruik de oude zool als mal. Bijknippen doe je alleen als de verpakking of de productpagina het toestaat, en dan aan de teenkant. Lamsvacht knip je vanaf de leerkant, anders knip je een kale rand in de vacht.
- Trek de sok aan die je er echt in draagt en ga staan. Zittend voelt elke schoen ruimer dan hij is.
- Beweeg je tenen. Kun je ze optillen en spreiden, dan zit het goed. Liggen ze vast tegen de bovenkant, dan is de zool te dik.
Vacht zakt in het begin flink in, tot ongeveer de helft van de dikte. Koop daarom je eigen maat en geen maat groter, en beoordeel de pasvorm opnieuw als de vacht is ingelopen.
Zo blijft de zool warm
- Haal hem ’s avonds uit de schoen en laat hem een dag luchten. Wol en vacht die steeds vochtig blijven, klitten samen en verliezen de lucht waar de warmte in zit.
- Wissel af tussen twee paar, zeker in rubberlaarzen en werkschoenen. Het ene paar droogt, het andere draag je.
- Droog hem op kamertemperatuur, niet in de zon en niet bij de verwarming: vilt en de leerkant van vacht krimpen dan en worden hard.
- Was een wollen zool niet in de machine. Wol vilt dan samen en isoleert daarna veel minder. Uitkloppen en luchten is genoeg; platgelopen vacht borstel je voorzichtig op.
Wanneer is het meer dan de schoen?
Een inlegzool verbetert je bloedsomloop niet. Ga naar de huisarts als je voeten ook koud zijn zonder schoenen, als één voet duidelijk kouder is dan de andere, als je tenen wit, blauw of paars kleuren en pijnlijk opwarmen, of bij tintelingen, gevoelloosheid of wondjes die niet genezen. Heb je diabetes, laat dan eerst beoordelen of een dikkere zool verstandig is: drukplekken voel je dan minder goed.
Andere klachten per plek op de voet vind je bij voetklachten per plek. Weet je niet welke zool in jouw schoen past? Laat ons in een bericht weten welke schoen het is en hoe ruim hij zit; we helpen je kiezen. Warme zolen van vilt, wol, vacht en met aluminium staan bij warme inlegzolen.