Opent in een nieuw tabblad

Inlegzolen opmeten

Een inlegzool werkt alleen goed als hij precies in je schoen past. Is hij te kort, dan schuift hij en zit de steun op de verkeerde plek. Is hij te lang, dan krult hij op bij je tenen. Je schoenmaat is een goed begin, maar elke zool valt net anders. Deze handleiding geeft je de juiste meet methode.

  • Tijd: 10 minuten
  • Nodig:Je oude binnenzool (de uitneembare zool uit de schoen waar de nieuwe in moet).Een vel papier, als de oude zool vastgeplakt zit.
  • Gereedschap:Liniaal of rolmaat in centimeters.Pen of potlood.
  1. Oude zool uitnemen

    Haal de binnenzool uit de schoen waarin de nieuwe inlegzool moet komen. Zit hij vastgeplakt? Gebruik dan de uitneembare zool van een ander paar in dezelfde maat dat goed zit.

  2. Lengte meten

    Leg de zool met de bovenkant naar boven plat op tafel. Meet van het midden van de hak tot het langste punt bij de tenen. Noteer de lengte in centimeters, tot op de millimeter.

  3. Breedte meten

    Meet de zool op het breedste punt, ter hoogte van de bal van je voet. Dit is vooral belangrijk bij smalle schoenen, zoals nette schoenen of voetbalschoenen.

  4. Maat kiezen

    Open de productpagina van de inlegzool en klik op het tabje Hoe bepaal ik mijn maat? Zoek je meting op in de kolom Je oude zool meet: daar staat de maat die even lang is als je oude zool of net iets langer. Zit je precies tussen twee maten? Neem dan de grotere.

  5. Passen

    Leg de nieuwe zool op je oude, met de hielen precies op elkaar. Doe hem daarna in de schoen: hij moet plat liggen, bij de hiel aansluiten en mag bij de tenen niet opkrullen. Haal de oude zool eruit, anders wordt je schoen te krap.

  6. Te lang?

    Knip alleen bij als op de zool of verpakking staat dat het mag. Bij de meeste steunzolen zit de voetboogsteun op een vaste plek; bijknippen verschuift die. Past de maat niet? Neem contact met ons op.